vrijdag 23 februari 2024

Bombardement Nijmegen 1944


Steeds meer dringt het besef tot me door dat er bijna nooit aandacht is gegeven in mijn jeugd, en ook niet daarna, aan het vreselijke bombardement in Nijmegen, 22 februari 1944. Ik ben in 1946 geboren in Nijmegen, en ik kan me niet herinneren dat wij op school tijdens het vak Geschiedenis uitgebreid op de hoogte werden gebracht van de verschrikkingen van die dag, waarbij een groot deel van het historische centrum werd weggevaagd. En dat terwijl het relatief nog maar heel kort geleden was. De leerkrachten moesten toch allemaal, behalve zij, die niet uit Nijmegen kwamen, toch persoonlijke herinneringen hebben gehad aan die fatale dag, lijkt mij. Er werd wel verteld dat het bombardement een vergissingsbombardement was van de geallieerden die eigenlijk de stad Kleve, vlakbij Nijmegen, net over de grens, wilden vernietigen, maar te vroeg de bommen lieten vallen. En die faliekante fout moest zo snel mogelijk de doofpot ingaan, is de theorie nu. Wel werd er verteld dat 'de Amerikanen' grote spijt betuigden, en door middel van grote financiële bijdragen hebben geholpen om Nijmegen weer op te bouwen. Daar werd, herinner ik mij, meer de nadruk op gelegd dan de ellende en verschrikkingen die deze vergissing hebben teweeggebracht bij vele gezinnen.

We moesten dankbaar zijn.


1949.
Met mama naar de stad lopen, dat was magie. Vanuit de Singendonckstraat door het Julianapark en De Wedren of via de Staringstraat naar de Oranjesingel waar we moesten oversteken.
Eenmaal aan de overkant hield de bestrating grotendeels op. Even verderop een groot braakliggend terrein. Met als enige markante punt de Mariënburgkapel. We liepen door het zand, en als het geregend had door de modder, naar het deel van de binnenstad dat nog overeind stond. Waar de winkels waren en de gezelligheid. Waar ranja en iets lekkers op me wachtten.

Een paar maanden later.

Oma klopte op het raam, en ik zag een gezicht met een brede lach. 'Maak gauw open', riep ze. Bij binnenkomst vertelde ze dat er een HEMA gebouwd was op het braakliggende terrein Mariënburg. Zullen we gaan kijken? Ik wist niet wat hema was,  maar kreeg een beeld van een soort paleis met licht en vrolijkheid waar we naartoe zouden gaan, oma, mama en ik, en misschien mijn zusje die in 1947 was geboren en vast niet alleen achter gelaten zou wordenMaar dat herinner ik me niet meer.
Toen we via de Staringstraat de Oranjesingel overstaken, waar aan overkant de Staringstraat zich voortzette,  zag ik het gebouw al liggen. Een vierkant blok van hout en staal. Geen paleis dus. Eromheen nog steeds dat vermaledijde zand.
Het was druk daarbinnen, de mensen liepen door elkaar, zoekend en graaiend naar spullen. Mama zei dat het haar erg tegenviel allemaal. Ze vond het ordinair. Een woord dat ze vaak gebruikte als ze geconfronteerd werd met, in haar ogen, het volkse.
Het had ook niet de allure van de oude HEMA in het historische pand dat ten prooi was gevallen bij het bombardement, en waar zijzelf had gewerkt als eerste verkoopster bij de afdeling parfumerie.
Zo snel mogelijk wilde ze weer naar buiten. Weg van de herinnering aan wat was en niet meer zou terugkeren.
Drommen mensen probeerden zich een weg te banen in het noodgebouw naar iets moois, iets wat weer kleur zou geven aan het grijze dagelijkse bestaan van hun leven in de naoorlogse staat van wederopbouw.

Toen we eindelijk het pand konden verlaten en ik mijn moeder een zucht van verlichting hoorde slaken, hoorde ik ook hoe de zucht overging in een verschrikte krijs. Ze keek me aan, en wees op de grote teddybeer die ik in mijn armen had geklemd. Ik herinner me niet dat ik de beer had gepakt en meegenomen, maar wel de stevige hand van mama die me, dwars door de menigte, meesleurde naar de uitgang.
Oma ontfermde zich over me, terwijl mama de beer uit mijn armen trok en weer de drukte inging om deze terug te brengen.
Toen huilde ik om het verlies, en was ik boos op haar. Nu vind ik mijn moeder dapper dat ze, ondanks haar afkeer, toch weer naar binnen durfde gaan om recht te doen.

In mijn herinnering heeft het lang geduurd tot er weer normale bestrating was die naar de stad, de binnenstad leidde. Nog zie ik het beeld van de Mariënburgkapel hoog op de heuvel als alleenstaande kerk, met rondom zand en puin, waar je moest afdalen richting oude binnenstad.

Mijn moeder vertelde me, vele jaren later, dat zij op de dag dat de bommen vielen, in haar eentje over de Waalbrug wandelde. Ze was zes maanden zwanger van haar eerste kind. Ze woonde met mijn vader dichtbij de Waalbrug, en had zin om er even op uit te gaan. Vanuit het niets, er was geen luchtalarm afgegeven, of was net weer gestopt, zag ze vliegtuigen in de verte, en voor haar gevoel letterlijk als een donderslag bij heldere hemel hoorde ze een oorverdovend lawaai, het leek een aardbeving, want de brug leek heen en weer te zwiepen. Zo snel ze kon rende ze terug naar huis, maar halverwege kon ze niet verder. Een felle pijn doorkliefde haar lichaam, en ze besefte dat het weeën waren. Door de stress waren ze op gang gekomen. Mijn moeder beviel via een keizersnede,  waarbij tijdens de operatie pas bleek dat het om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap ging. Ze had tijdens de zwangerschap wel vaker pijnen gehad, maar daar werd toen geen aandacht aan besteedt, en werd niet onderzocht. Maar de zwangerschap had niet veel langer mogen duren, want dan zou ze het niet overleefd hebben. Een geluk bij een vreselijk ongeluk zou je kunnen zeggen, hoe bizar ook. Ik zou in elk geval niet geboren zijn als zij toen was overleden.

Ik heb Nijmegen verlaten op mijn 19e, toen ik trouwde met de vader van mijn kinderen.
Maar in mijn dromen komt Nijmegen nog altijd voor als de stad, mijn stad, waar ik altijd naar terug zal verlangen, hoe gelukkig ik hier in het noorden ook ben met mijn nieuwe liefde, mijn man.
Vaak komt de Mariënburgkapel er in voor, en kijk ik omhoog waar ik de torenspits niet kan zien omdat de toren tot aan de hemel reikt. Soms voelt dat beangstigend, overweldigend. Maar dan besef ik dat ik als ik de kapel voorbij ben en naar beneden loop, ik in het centrum ben, in ‘de stad'.

Nu is de kapel ingesloten door nieuwe gebouwen, een totaal andere aanblik. Maar toch, een oergezellig levendig plein, waar echt is getracht iets van de oude indrukwekkende stijl terug te brengen. Met veel kunst en cultuur.

Ik kom er nog steeds graag, in die oude Romeinse stad, de oudste stad van Nederland, Ulpia Noviomagus, waar ik zo trots op ben. Er liggen veel herinneringen die grotendeels begraven liggen onder steeds weer nieuwe herinneringen. Maar dat is niet erg. Soms komt er, door een trigger, zoals de herdenking van het bombardement 80 jaar geleden, weer wat bovendrijven. Ik was nog heel jong toen ik het bovenstaande beleefde, maar toch, het gevoel, vooral het gevoel, kwam weer terug, en verbaas ik me nu dat een kind van amper drie jaar zoveel voelt en begrijpen kan.

Emmen, 24 februari 2024














zaterdag 22 april 2023

Het wachten

manifesteert zich in repeterende beelden van datgene waarop ik wacht
 een zich steeds weer herhalend landschap

 Tot als stollende lava de beelden langzaam tot stilstand komen, de werkelijkheid zich toont in verwarrende realiteit

 Aarzelend beweeg ik mij in deze chaos, struikelend, maar niet vallend openbaart zich een ander steeds wisselend perspectief


Het wachten voorbij

woensdag 22 december 2021

Gedachten


Vandaag, op deze zonnige, maar koude winterdag, toog ik, na de auto van een ijslaag te hebben bevrijd, naar de supermarkt in het centrum, waar de verder gesloten winkels nergens beter konden getuigen van de lockdown dan juist hier in de stad.

Bij de supermarkt stond op gepaste afstand van het voorbijlopende publiek, een man met mondkapje op, en in zijn hand een krant/tijdschrift. Ik signaleerde de man vanuit mijn ooghoeken, liep hem voorbij, en deed alsof ik hem niet hoorde toen ik hem zachtjes goedemorgen mevrouw hoorde zeggen.

Bij het binnengaan in de supermarkt trof me de weldadige warmte, de kerstmuziek, de uitgestalde luxe etenswaren en de goederen, maar ook de mensen die er rondliepen met vrolijke gezichten, duidelijk te zien ondanks de maskers. Hier ging je vrijwillig in lockdown.

Na bijna een uur - ik had alle tijd genomen - en ik met de volle kar naar buiten liep, zag ik de man met het krantje nog steeds op dezelfde plaats staan. En weer sprak hij in het voorbijgaan mij aan met goedemorgen mevrouw. En weer negeerde ik hem.

Onderweg naar mijn auto die een eind verder op de parkeerplaats stond, dacht ik aan de man die daar in de kou probeerde om nog iets van zijn bestaan te maken door urenlang te proberen een paar euro te verdienen door een krantje te verkopen. En plotseling wist ik dat ik bij het terugbrengen van de kar gewoon naar hem toe zou gaan om hem geld te geven. Ondanks de lichte gene die ik altijd voel in dit soort situaties. Als een soort gutmensch gedachte waar ik wars van ben, of probeer te zijn.

In de verte zag ik hem staan. Mensen liepen hem voorbij, te druk met hun eigen besognes.

Ik zette de kar binnen, en bij het weer naar buiten gaan keek ik naar de man en liep recht op hem af. Ik groette hem. Hij keek mij aan, en ik zag dat hij donkere ogen had. Mooie ogen vond ik. Dag mevrouw, zei hij.

Ik begon een gesprekje met hem. Dat ging moeizaam omdat hij geen Nederlands verstond; "een hele kleine beetje", zei hij met lachende ogen. Maar wonderwel begrepen we elkaar toch wel. Het krantje bleek de daklozenkrant De Riepe *) te zijn. Ik had er nog nooit van gehoord of gelezen, maar mijn vertrouwen dat het koosjer was groeide. Ik gaf hem geld, meer dan het krantje kostte, en maakt hem duidelijk dat hij dit exemplaar mocht houden, om opnieuw te verkopen. Weer lachten zijn ogen. Hele erge dank mevrouw.

Het voelde oké, ondanks dat de gene nog niet helemaal verdwenen was.

Toen ik de straat, waar aan de overkant mijn auto geparkeerd stond, wilde oversteken, stopte er een luxe auto voor mij. De raampjes zoefden open, en ik ontwaarde een man achter het stuur met een jongen naast hem op de passagiersplaats, die op dat moment een vette hap naar binnen werkte. De man vroeg op licht opgewonden toon of hij het goed had gezien dat ik die vent een paar euros had gegeven. Toen ik zijn vraag bevestigend beantwoordde, kwam hij los. Het zijn oplichters, zei hij. Allemaal nep. Die man wordt s'ochtends met een grote slee van een wagen afgezet. In de buurt waar hij woonde is de kerel ook vaak gesignaleerd, en mensen hebben gezien dat hij zooo'n stapel bankbiljetten bij zich had! Zijn handen gaven de grote van de stapel aan. En mijn zoon, hij wees naar opzij waar de jongen net de laatste hap nam van zijn versnapering, zag dat die kerel schoenen droeg van een heel duur merk. Nou dan weet je het wel, zei hij op een samenzweerderige toon, zijn ogen half dichtgeknepen. Ik wil u gewoon waarschuwen!

Ach, zei ik, die man stond daar in de kou, en ik wilde hem gewoon even wat vriendelijkheid geven. Ik weet niet wat zijn achtergrond is, en waarom hij dit doet, maar ik denk dat het niet erg is als je iemand iets geeft. Zelfs een oplichter heeft af en toe wat medemenselijkheid nodig, denkt u niet? Maar ik dank u vriendelijk voor deze mededeling. Erg attent van u.

De man achter het stuur ontspande zijn gezicht, en zei nog dat we elkaar natuurlijk altijd moesten helpen. Hij wenste me heel goede feestdagen, en een gelukkig nieuwjaar. Ik wenste hem en zijn zoon hetzelfde en we lachten elkaar toe.

En toen werd ik ineens omarmd door het ware kerstgevoel, of zoiets...

*) Link naar Daklozenkrant De Riepe

 

woensdag 4 maart 2020

Het lattemeisje

We namen plaats bij het zitje bij de open haard met de makkelijke fauteuils bij het tot Grand Cafe omgedoopte Bakker Bart in het centrum van Emmen, mijn vriendin en ik. Dat doen we vaker. Om bij te praten tijdens een lekkere lunch, met koffie en een taartje na. Urenlang zitten we daar, en hebben nooit gebrek aan praatstof. De middagen verlopen meestal volgens hetzelfde ritueel. Eerst plaatsnemen, even praten. Dan haalt een van ons een overheerlijk echt Bakker Bart Broodje met een gezonde smoothie. Na een paar uur drinken we koffie en nog een keer koffie (2e is gratis) met een taartje. De gesprekken gaan over het leven, de mensen die het dichtst bij ons staan, de teleurstellingen, het verdriet, de verwachtingen die bijna nooit worden ingelost. Het eindeloos zoeken naar wat waardevol en zinvol is. Over verbinding. Over het loslaten van negatieve gedachtenprocessen. Hoe moeilijk dat is. Maar vooral lachen we veel, genieten van elkaars verhalen.
Om ons heen is het een komen en gaan van gasten. Bejaarde echtparen, maar ook jonge verliefde stellen die niet van elkaar kunnen afblijven. Jongeren die even tijdens een tussenuur luidruchtig een Bartje komen eten. Moeders, vaders, opa’s en oma’s. Een eindeloze variatie aan clusters die elkaar niet kennen maar geen enkele moeite hebben om tijdelijk dicht op elkaar te zitten aan de tafeltjes met stoelen en banken.

Vandaag waren we wat later dan anders. We hadden thuis al geluncht, dus geen Bartje vandaag. Net zoals anders namen we wel weer even plaats zonder consumptie. Tegenover ons zat een jonge vrouw, een meisje bijna nog, die, zo leek het, met haar huiswerk bezig was. Ze bladerde druk in boeken en schriften. Voor haar op het tafeltje stond een latte macchiato, waar ze af en toe een slokje van nam.
Ondertussen ontspon zich zoals gewoonlijk weer een levendig gesprek tussen mijn vriendin en mij.
Na ongeveer een half uur bedachten we dat we maar eens een kopje koffie moesten halen. Vriendin toog naar de de balie om haar bestelling te doen, toen ze ontdekte dat het huiswerk latte meisje naast haar stond. Ze had net twee thee besteld. Deze thee is voor jullie, zei ze. Niet begrijpend keek vriendin haar aan en zei; voor ons? Ja zei ze, voor jullie. Ik had uw vriendin ingeschat dat zij wel een muntthee zou lusten. En nu u hier toch bent kunt misschien voor uzelf een smaakje uitkiezen. Haar bedoeling was dat ze ons wilde verrassen omdat we nog geen consumptie hadden. We krijgen thee, zegt mijn vriendin toen ze terugkeerde naar ons zitje. En in haar kielzog liep het latte meisje met een dienblad met dampende theekopjes met zakjes munt en rooibosthee. Met koekjes ernaast.
Uitbundig dankten we haar. Vriendin had haar, uit het zicht van mij, al een knuffel gegeven. Zo lief van je! Maar vertel eens, vroeg ik, waarom doe je dit, met welke reden? Want ik kon me bijna niet voorstellen dat er geen achterliggende reden was. Ik dacht al aan een verkooptrucje, of dat ze ons wilde komen vertellen dat ze Jezus had ontdekt, en ons daar mee wilde verblijden.
Maar het meisje keek mij aan en zei: Gewoon, ik wilde wat goeds doen, meer niet. Ze lachte vriendelijk, en terwijl ze haar jas dichtritste, draaide ze zich om en liep naar de uitgang, de deur door, het marktplein op.

 Ik kon haar nog even volgen via de grote glazen ramen, tot ze verdween tussen de mensen...

zondag 7 april 2019

Wonderen







Het blijft me bezighouden: het fenomeen ‘toeval’, ofwel een samenloop van omstandigheden, die schijnbaar in een oorzakelijk verband gebracht kunnen worden, ofwel het openstaan voor wonderen in het dagelijkse leven. Ik schreef er al verscheidene stukjes over. 
Het afgelopen weekend was een weekend vol liefde, vriendschap, waardevolle gesprekken en schijnbaar ‘toevallige ontmoetingen’ die na elkaar plaatsvonden, maar die later in een zeer zinvol verband gebracht konden worden. Waardoor we de verwerking van grote verliezen die we hebben geleden (de dood van mijn vriendin en een jaar later de zelfmoord van de dochter van mijn vriendin) in een nieuw perspectief konden zetten.
Mijn jongste kleinkinderen bleven logeren. Mark van vier, en Lieke van drie jaar. We sliepen met zijn drieen in het kleinste, maar ozo gezellige logeerkamertje. Dat wil zeggen dat de kinderen sliepen en ik de hele nacht wakker ben gebleven, omdat ik elke ademhaling van de kinderen bleef volgen. Ik besloot me over te geven aan de rust van het veilige gevoel de kinderen die onder mijn hoede waren, zo dicht bij me te hebben. Nog steeds ben ik niet bekomen van het wonder kinderen te hebben, en nu lag ik hier met de kinderen van mijn kinderen.

‘s Ochtends om vijf uur kwam Mark bij me in het smalle bed liggen. Dat wassie zo gewend bij papa en mama thuis in het Kingsize bed! Hij had eigenlijk wel zin om ‘naar beneden te gaan’, maar ik kon hem overtuigen dat het nog nacht was en hij beter nog even kon gaan slapen. Maar ik heb nog een vraag voor je oma, zei hij met een klein, maar glashelder stemmetje. Kan jij vandaag een driehoek voor mij maken? Weet je wat dat is, een driehoek? Nog net in het vage schijnsel, komend vanuit een binnendringend licht van een lantaarnpaal via de gesloten, witte gordijnen, kon ik zijn handjes en vingertjes zien, die in de lucht de omtrekken van een driehoek tekenden. Zag je het Oma wat ik bedoel? Twee lijnen, zo schuin, met een puntje en streepje eronder. Natuurlijk, zei ik. Maar wil je dat ik een driehoek voor je teken, of wil je dat ik er een maak van je Knexx. Er kwam geen antwoord. En in hetzelfde schijnsel zag ik zijn gezichtje op het kussen in volmaakte rust. Hij was weer in slaap gevallen. En ik was wakkerder dan ooit. Ik hoorde Lieke die even in haar slaap een fragment van een liedje zong. Iets van K3. He yo he ya mamani de he jo..
En toen werd het ochtend, 6 uur 30. Gaan we nu naar beneden, vroegen ze in koor met blije gezichtjes. Ja hoor, dat gaan we doen. Hoera! Na de melk en het brood en het fruit keken we op tv naar een filmpje over drie kindertjes, die een vergrotings -en verkleiningsmachine hadden. Zo konden ze zichzelf en de wereld om zich heen afwisselend in groot -en klein perspectief bekijken. Een schitterende symboliek. Maar toen maakte een essentieel deel van de machine zich los en ging zelfstandig op pad, de grote wijde wereld in. De kinderen die net in hun kleine wereld zaten, konden zich niet meer groot maken. Ze moesten daarom op zoek naar het belangrijke deel. Het deel dat klonk als muziek. De muziek van Antonio Vivaldi. De Vier jaargetijden: De Lente. De kinderen moesten dus opzoek naar het geluid van de Lente. En dat deden ze.
Mark en Lieke keken en luisterden. Om de kinderen van de film te helpen de muziek te vinden, zongen ze luidkeels mee. Voor mij was het ontroerend de muziek te horen, in deze context, omdat toen mijn lief en ik trouwden, bij het binnenkomen in de trouwzaal deze muziek werd gespeeld.  De film liep uiteraard goed af. De kinderen vonden het ontbrekende stuk en konden verder met hun leven.
Na afloop zei ik tegen de kinderen: hoe vonden jullie deze muziek? Ze zeiden dat ze het mooi vonden. Oma heeft deze muziek ook, op cd, willen jullie het horen? Ja, ja, riepen ze. Ik loop naar de kast met de eindeloze rij cd’s en zoek naar de bewuste titel. Dan zie ik hoe Mark trefzeker een cd aanwijst, en zegt: hier issie al Oma, dit is ‘m. Hij pakt de cd eruit en geeft hem aan mij. Hij kijkt mij aan, en het lijkt of zijn mooie bruine ogen een extra licht weerkaatsen. Ik ben sprakeloos. Het was de cd van Antonio Vivaldi: The four Seasons.
Ik hoef voor dit wonder geen verklaring te hebben. Ik aanvaard gewoon dat dit bestaat, dat ik dit ervaar. En dat ik daardoor mijn leven weer even voel opgetild boven het alledaagse..
En zo is het ook.


Eerder gepubliceerd op het verdwenen Zonzijde weblog, 2008.

donderdag 1 februari 2018

Droom

Zoals bijna elke ochtend word ik wakker uit een droom. Vanuit deze diepste gevoelswereld afscheid moeten nemen om de realistische wakkere wereld toe te laten is steeds weer een kleine worsteling. Want vaak wil ik liever nog even blijven waar ik was. Om te zien hoe het 'verhaal' zich verder ontwikkelen zou. Want, hoe onsamenhangend de beelden zich in de droom ook vertonen, met de bijbehorende emotie van die momenten, lijkt zich toch een chronologisch verhaal met aan het eind een bevrijdende pointe af te spelen.
Eenmaal wakker zijn de beelden alleen nog maar als losstaande indrukken terug te halen, die vrijwel niets te maken lijken te hebben met mijn wakkere, realistische leven.
Het raadplegen van een dromenboek over wat de betekenis zou kunnen zijn van datgene dat als meest manifeste beeld uit mijn droom in mijn geheugen is blijven hangen, geeft mij bijna nooit het antwoord op de vraag waarom ik nu juist die droom heb gehad.
Soms blijft er alleen een zwaar gevoel van weemoedigheid over bij het wakker worden, of ook wel een bevrijding omdat kennelijk in de droom iets knelde in alle hevigheid.

Maar een enkele keer word ik wakker met het besef dat droom en werkelijkheid dichter bij elkaar staan dan ik dacht of heb ervaren. Als een openbaring.

De droom:

Ik bevind mij in het gezelschap van een aantal mensen, mannen en vrouwen. De omgeving lijkt op een vakantieoord. De mensen zijn ontspannen en vrolijk. Ze lijken het leuk te hebben met elkaar. Ik ben alleen, zonder partner. Ik voel mij niet echt eenzaam, maar toch kijk ik om mij heen en probeer contact te maken met willekeurige mensen. Het gaat moeizaam. En net als ik denk dat ik maar alleen verder ga, zie ik een man met donker haar, die in gesprek is met een vrouw. Ik zie hem van opzij, en het valt mij op hoe hij intens naar haar luistert.
En dan begint de magie. Ik verlang hevig om door deze prachtige man te worden gezien. Dan voel ik plotseling zijn aanwezigheid vlak bij mij. Een diep gevoel van verbondenheid overweldigt mij. Ik durf niet te spreken met hem, omdat ik bang ben de magie te verbreken. En dan, alsof hij aanvoelt dat ik een allesoverheersend verlangen heb om heel dicht bij hem te zijn, kust hij mij, warm en geruststellend. Ik hoor mijzelf zeggen; ik heb het gevoel dat ik jou al honderd jaar ken. Dan kijkt hij mij recht aan, en zie ik zijn ogen die blauw zijn. Het mooiste blauw dat er bestaat.
Ik zie in zijn ogen het pure kind dat hij ooit is geweest, en mijn liefde voor hem zwelt aan tot grote hoogte.

Dan word ik langzaam wakker, met een gevoel van hevige verliefdheid. Wil nog geen afscheid nemen van de wereld waar ik net nog was. Maar dan voel ik de warmte van mijn man die naast mij ligt, en hoor ik de muziek van Kate Bush in mijn hoofd. The man with the child in his eyes

En ineens begrijp ik dat de man in mijn droom in wezen mijn eigen lieve man is. Dat mijn liefde voor hem ooit is ontstaan door wat hij mij vertelde over zijn jeugd, en hoe ik dan tijdens het vertellen in zijn mooie blauwe ogen keek en ik de jongen die hij ooit was tot leven zag komen. Toen ik begreep dat ik van deze man hield.

Dat gevoel van het begin van ons samen was ik door de jaren heen een beetje kwijt geraakt door de realiteit van het alledaagse bestaan. Overwoekerd door de veelvoud van dingen die elke dag overwonnen moeten worden. Zoals dat dan gaat...

De droom kwam als een geschenk. Mijn liefde voor mijn man is in diepste wezen nog helemaal intact. Wat een heerlijk besef.

En zo kwamen droom en werkelijkheid samen tot een nieuwe werkelijkheid, die ik van ganser harte omarm, en zal blijven omarmen.


Marijke van der Scheer, 1-02-2018



woensdag 31 januari 2018

Zomaar

Zomaar op deze dag
groeit er een gedicht in mij

eerst is het zwart, dan lichter
tot het kleurt als oranje

ik kijk niet naar de woede van de wereld,
maar glimlach naar een pasgeboren kind

ik hoor de bulderende wind
die alles lijkt te verwaaien

ik laat het gaan,

gaan

het zwarte het donkere,
ik laat het gaan

alleen het gedicht mag blijven


Gedicht in mij ontstaan 31 januari 2013

vrijdag 16 december 2016

Stilte

Een kamer met niets
dan geluidloze beelden

de oude vrouw zwijgt
een onuitgesproken vraag
blijft liggen op haar lippen

de zwaarte van last
is aanwezig, meer niet
blijft staan op de laatste tik
van de stilgevallen klok

dan hoort zij muziek en voelt
hoe zij danst, haar lichaam soepel, licht,
overmoedig van jeugd

zij draagt haar wijde robe
schitterend als duizend sterren
en altijd zal zij blijven dansen
zolang zij de muziek kan horen


als het meisje vraagt of zij nog thee wil drinken
kijkt zij op maar heeft geen antwoord

buiten zwaait de lege schommel
heen en weer door de wind

het kind kijkt er naar en luistert
naar de roepende moeder

met dovemansoren

zondag 13 november 2016

Voor Sylvia


In de ochtend zie ik
wat in de avond verviel

in nieuw licht

ik lijst het in, dit beeld
om het bij mij te houden

te kunnen blijven zien

maar het verandert
naarmate de dag vordert

het licht vervaagt

in de middag bevrijd ik het beeld
uit de krappe omheining

laat het gaan in oneindigheid

Als de avond valt
wacht ik op een terugkeer

tot de ochtend het mij brengt

vrijdag 21 oktober 2016

Met andere ogen

Elk jaar verblijven ik, Samuel met vrouw Lisa en dochter Sara een aantal dagen in Londen waar wij rond Kersttijd in ons eigen vertrouwde Joodse eethuis waar het altijd druk is, een hapje eten. We hadden niet gereserveerd, dus toen wij met hongerige magen het etablissement binnenliepen, kwam ons een bediende met verontschuldigende blik tegemoet, die vertelde dat hij ons helaas geen plaats aan kon bieden. Een ander, voor ons geschikt, restaurant zoeken zou op deze eerste Kerstdag een onmogelijke opgave zijn. En zo kwamen wij, als Joods gezin met een lege maag, die de lichte tegenzin verdoezelde, terecht bij het ernaast gelegen 'Shiskebab', een Arabisch restaurant.

Wij werden begroet door een in Europese stijl geklede jongeman, die ons een tafel aanbood vlak naast een Arabisch echtpaar met een dochtertje, die de mooiste ogen bezat die ik ooit had gezien. Eén van de bedrijvige obers, die overigens wel gekleed waren in origineel Arabische stijl, liep op hun tafel toe en bood met een breed gebaar het kleine meisje een schaal met de kleurigste vruchten aan. De beeldschone dreumes bekeek de schaal met ongeïnteresseerde blik. Vervolgens richtte ze zich naar haar moeder en fluisterde wat in haar oor. De moeder sprak het kind op vermanende toon toe. De Drosteflikken-ogen vulden zich met een meer van tranen. De vader, die al die tijd schijnbaar niet aanwezig was en half slapend de maaltijd bijwoonde, werd plotseling actief. Hij richtte een serie, voor ons onverstaanbare, woorden tot zijn vrouw, die op haar beurt in onvervalst Arabisch hem van repliek diende. Het klonk ruzieachtig. Hun gezichten stonden strak van woede. Het hele tafereel was blijkbaar alleen voor ons interessant, daar niemand van de overige aanwezigen er ook maar de minste aandacht aan schonk.

Voor mij was het ronduit verbijsterend, de manier waarop beide ouders -schijnbaar- hun opvoedkundige mening aan elkaar verkondigden. Maar het kon evengoed een uiting zijn van een strijd die zijn wortels had in verschil van afkomst van beide echtelieden. Ondertussen was het meisje van tafel opgestaan en trachtte zich op de schoot van haar vader te nestelen. De woordenstrijd ging onverminderd door, terwijl het meisje nadat ze haar "zit" gevonden had, met de duim in de mond in slaap viel.

Ook aan Lisa was een en ander niet ongemerkt voorbijgegaan. Ik maakte dat op uit de verbaasde, nieuwsgierige blikken naar het kijvende echtpaar en de vertederende blikken naar het onweerstaanbare kind. Dochter Sara hield er zo haar eigen gedachten op na, die ze na een tijdje ook uitte: "Waarom zouden ze ruzie hebben, papa?" Maar papa wist het niet, eigenlijk wist papa helemaal niets meer. Opeens kwam alles me zeer onwerkelijk voor. Was het de vrij pittige wijn, die maakte dat alles anders leek, of de vragen, die in me opborrelden vanaf het moment dat wij het restaurant betraden en ik het echtpaar met het kind in het vizier kreeg? Was de man misschien Joods? De vrouw was ontegenzeglijk wel Arabisch. Mijn gemoedsstemming liet toe dat wat mij betreft vanaf dat moment alles mogelijk was. Van een inval door een van vergeldingsdrang bezeten vijand tot aan het wakker worden in mijn bed na een vermoeiende droom.

Wat was er met me aan de hand? Gewoon een sentimentele Kerststemming? Want ook ik als Jood in een voornamelijk Christelijke omgeving ben ontvankelijker geworden voor de speciale gemoedstoestand die hoort bij deze tijd van het jaar. Of kwamen mijn latent aanwezige schuldgevoelens -vanwege de ongemakkelijke motivering om hier te eten- toch nog hun venijnige koppen opsteken? Ik kwam er niet uit. Het was of alles een betekenis kreeg, met een diepere symboliek, die mij in verwarring bracht. Was het voorbestemd dat ik als Jood uitgerekend met Kerstmis in een Arabisch restaurant terecht moest komen? Ik zocht om me heen en in mijzelf naar iets wat me het gevoel gaf dat alles goed was zoals het was.

Er kwam nog een late gast binnen, het was een jonge man. Hij keek even om zich heen en verdween toen richting toilet achter een rood gordijn. Even later nog een gast, weer een man, wat ouder dan de eerste, en ook hij verdween achter het rode fluwelen gordijn. De onrust die ik al voelde, werd vermengd met vage angstgevoelens. Maar waar was ik bang voor? Ik voelde me niet veilig meer. De hele omgeving begon op mijn zenuwen te werken. Overal zag ik opeens verdachte personen die het op zijn minst op ons leven hadden voorzien. Zelfs het kleine meisje, dat eerst zo fascinerend leek, kreeg iets bedreigends voor me. Het kind was wakker geworden en had zich van de schoot van haar vader laten glijden tot onder de tafel, waar ze zachtjes een Arabisch kinderliedje begon te zingen. De echtelijke twist was intussen geluwd.

Het volgende moment werd alles duister voor mijn ogen. Blijkbaar ook voor de andere aanwezigen, want ik hoorde vage kreten, geschreeuw, heen en weer lopen, en ik voelde dat mijn paniek een hoogtepunt bereikte. Ik hoorde mijn dochter zeggen, "waarom gaat het licht niet gewoon aan?" Voor haar was alles doodsimpel. Het licht was uit, dus moest het weer aan.

Toch nam deze simpele vraag iets van de paniek weg, die ik met moeite onder controle wist te houden. Ik kreeg vluchtneigingen, en begon te lopen, zoekend langs de tafels, onwillekeurig mensen aanrakend, opzoek naar licht in mijn duisternis. Ineens voelde ik een klein warm lichaampje, dat zich stevig tegen me aandrukte. Het volgende moment verschenen er hier en daar lichtjes op de tafels, kaarslicht. Ik staarde verbijsterd naar het kleine Arabische meisje dat naar mij omhoog keek. Haar zwarte ogen waren zo dood als poppen-ogen.

Het incident had een ongelofelijke uitwerking op me. Mijn bevangen geest had spoken gezien. Ik meende dat alles door visuele waarneming te beredeneren was, maar wat ik zag was bedreigend voor me geweest, vanaf het moment dat ik Shiskebab had betreden. Het onbevangen meisje met haar prachtige ogen had dat gevoel alleen maar versterkt. Intuïtief voelde ik dat zij iets bezat wat ik miste, innerlijke overgave, vertrouwen, niet geremd door visuele waarneming.

"Wat zielig hè, dat meisje is blind" hoorde ik mijn dochter zeggen. Ik keek haar aan en mijn hart stroomde over van vreugde.


Dit verhaal is ingezonden voor de verhalenwedstrijd van STEM met als thema DUISTER. Ik publiceer het nu hier omdat mijn bijdrage niet is geselecteerd voor de bundel met de vijftien beste ingezonden verhalen.

zondag 15 november 2015

Over grenzen

Het was omstreeks 1955. Ik zat in de derde klas van de Lagere School. We kregen les in aardrijkskunde. De onderwijzer had voor het schoolbord een grote kaart van Nederland gehangen.
Met een aanwijsstok met een rubberen punt tikte hij op de kaart en wees ons waar onze woonplaats, Nijmegen, gesitueerd lag. We leerden hoe Nijmegen vlak aan de grens van Duitsland ligt, het land ten oosten van ons land. Ten zuiden de landen België en Luxemburg, en ten westen de Noordzee, die, als je deze zee overstak leidde naar Engeland.
Zo ook in latere lessen over Europa en de hele wereld.
De onderwijzer gaf met de aanwijsstok de lijnen van de grenzen tussen de landen aan. Langzaam gleed de stok over de duidelijk gemarkeerde dik aangezette grenslijnen. Hij maakte dan steevast de lollig bedoelde opmerking dat Engeland, of Groot Brittannië zoals we later leerden, zijn grenzen van de zee had gekregen.
Soms nodigde hij een kind uit om met de stok zijn voorbeeld te volgen. Ook ik mocht een keer grenzen van verschillende landen aangeven. Het viel mij op dat sommige grenzen parallel liepen met rivieren, dus een natuurlijk grens vormden. Maar ook dat grenzen soms dwars door gebergten gingen, of andere natuurgebieden. Dat het landschap niet altijd veranderde als je een ander land bezocht.

Aan het eind van de les mochten we vragen stellen. Niet vaak stelde ik een vraag. Dat kwam niet omdat ik geen vragen had, maar mijn verlegenheid, en de angst voor het misschien stellen van een domme vraag hielden mij tegen.
Maar nu stak ik mijn vinger op, en de onderwijzer knikte naar me. En terwijl ik mij bewust was van alle ogen die op mij gericht waren, vroeg ik: Wie bepaalt eigenlijk hoe de grens tussen de landen moet lopen? En waarom zijn er grenzen gemaakt?
De onderwijzer zuchtte, voor hij zijn antwoord probeerde te formuleren. Dat is haast een filosofische vraag Marijke, zei hij. Ik wist niet wat een filosofische vraag was, maar wel dat de vraag iets teweeg had gebracht bij hem. Dat stelde me enigszins gerust over het niveau van mijn vraag.
Hij vertelde dat het ontstaan van grenzen een lange geschiedenis had, waar je vele boeken over zou moeten raadplegen om daar antwoord op te krijgen. Dat het te ver zou voeren om in een les te behandelen. Maar ook zei hij dat hij het niet wist, er eigenlijk geen antwoord op had. Dat het voor hem ook een vraag was.

Een filosofische vraag dan.

maandag 8 september 2014

Mijn zusje en ik

We speelden samen met nog een buurtvriendinnetje in het park aan het eind van de Singendonckstraat. Het was eerste Paasdag 1953.

Een meneer verstoorde ons spel en verzocht ons bij een grote boom te gaan staan om 'een mooie foto' van ons te maken. We vertrouwden hem niet, want onze moeder had gezegd: 'nooit spreken met, of iets aannemen van een vreemde meneer of mevrouw!' Maar wij verstonden nog niet de kunst van het afwijzen. Volwassenen waren immers wezens waar je naar moest luisteren, zo waren wij geprogrammeerd. Voor het buurtvriendinnetje was de zaak heel duidelijk. Ze wist het zeker. Als een pijl uit haar boog rende ze naar huis, al schreeuwend: 'dat is een vieze man die vieze dingen met je wil doen!'

Mijn zusje zei ‘ik geloof hem wel, hij wil echt alleen maar een foto maken en ik wil wel op de foto’, en ze ging al in poseerhouding voor de boom staan. Aarzelend, ook al omdat ik haar niet alleen wilde laten, voegde ik mij bij haar.

Tot mijn grote opluchting kwam de meneer een week later bij ons aan de deur met de foto. Onze moeder was er blij mee. En de meneer ook want de foto was niet gratis.


Het meisje met de strik ben ik. De verwarring en achterdocht is op mijn gezicht te lezen.
Mijn zusje lacht onbevangen en voelt zich als een fotomodel...


Oorspronkelijk geplaatst op web-log.nl, 20 mei 2006

zondag 16 maart 2014

Een aubade

 
                                          Een haikuversje
                                          Voor een Japanse Sierkers
                                          Bloesemweelderig


woensdag 15 mei 2013

Dansen (Haiku)


Dansen dansen dans
het leven door en later
danst het dansen door

zaterdag 30 maart 2013

Stil


Zonder beweging

val ik stil
 

graaf diep van binnen

in duistere holen
 

waar naar dan pas blijken zal

waakvlammen welig tieren
 

schijnbaar onbewogen

donderdag 14 februari 2013

De ziel van het Oranjekanaal


De klanken van de tjalken

de stemmen van de kerels

scheepsjagers op jacht

en de vrouwen in de liene


werden overstemd door

ronkende scheepsmotoren

gejammer bij de bruggen

over brood hen uit de mond genomen



toch bleek het slechts de prelude

van het latere slotkoor

de ware bestemming van het kanaal


want zie, voor de stille sluizen

het rustig kabbelende water

aanmerende koeten met jong gebroed

wandelaars

die verademing ademen


een enkel bootje dat voorbij vaart


buigen bomen

hun kronen neerwaarts

in schijnbare eerbied

als een eeuwige dankbetuiging


voor dit fraaie debacle
 
 
 
Drents Diep over het Oranjekanaal:
 

maandag 7 januari 2013

Aanvaarding



Alles valt op de plaats
waar het hoort te vallen

vanuit deze heelheid kan
ik brokstukken pakken

ze bekijken en vol tederheid
terugleggen

op de plaats
van bestemming



*Deze foto is gemaakt op de zolder van mijn moeder, mijn ouderlijk huis, kort nadat zij was overleden.
juni 1998*

dinsdag 4 december 2012

'La Gare'

Ooit als arrêt voor de dagelijkse boemel
halfslapend in lommerrijk luister
onbewogen wachtend tot later op de dag
als stilte zich terugtrekt om de
knarsepieper te laten binnenkomen

openklappende en sluitende portieren
gonzende geluiden van druk gewoel
het stationnetje voor korte tijd bewoond
door plusieurs personne in de salle d'attente

totdat op hoge toon het sein gegeven wordt
dat de stilte terug kan keren
op de klank van de wind in de bomen

Nu, een tweede leven, als vaste domicilie
voor rust, en enkelen die zochten en vonden;
het geruisloze genot van een deuxième maison

en France

woensdag 24 oktober 2012

Blauwe wolken

  Ik zie wolken; grijze en blinkend witte, en een blauwe lucht.
Vroeger, als kind, tekende ik een witte lucht met blauwe wolken..  Waarom eigenlijk?
  Diep gravend in het verleden, me de sfeer en het gevoel herinnerend van het tekenen op de achterkant van een stuk behang, of op een kladblokje met van dat poreuze papier, waar je beter niet met inkt op kon schrijven of tekenen, omdat er dan van die vlekjes konden ontstaan die geen onderdeel waren van de tekening of de letters van het woord wat je schreef, kwam het antwoord langzaam naar boven.
Ik ben een oerhollands kind, opgegroeid in de stad Nijmegen. En ook daar waren de luchten vaak wit en blauw. Ook vaak loodgrijs, maar daarover een andere keer. Als ik naar boven keek, zag ik meer wit (de wolken) dan het blauw van de lucht. Echt Hollands dus.
Maar ik zag blauwe wolkachtige vormen.  En het wit van de wolken zag ik als de lucht waarin de blauwe wolken zweefden.
Een soort Rorschach effect eigenlijk, maar dan zonder die inktvlek..
De beeldend kunstenaar Therese probeerde mij met haar kennis van zaken duidelijk te maken dat er een logische, minder dromerige verklaring was voor het blauw inkleuren van de wolken, namelijk dat een kind meestal een wit papier aangeboden krijgt om een tekening te maken. Dus als er dan een wolkenlucht gemaakt moet worden, worden er geen witte wolken gemaakt, maar blauwe omdat het wit al ruim aanwezig is.
Tja, heel logisch. Toch voel ik meer voor mijn eigen, niet logische, verklaring. Want hoe meer mij laat verzinken in die langvervlogen tijd waarin ik niets liever deed dan het tekenen van droomachtige landschappen, hoe meer ik er van overtuigd raak dat ik echt blauwe wolken zag zweven.
Therese heeft waarschijnlijk gelijk, want zij is de deskundige op dit gebied.
Maar ik laat mij toch liever meevoeren hoog in de lucht op de blauwe wolken...

dinsdag 2 oktober 2012

Cyclus

In de tuin van de nadagen
ligt in een schijnbare aarzeling
tussen geel en donkerbruin

tijdspanne van nu naar later

het besluit besloten
van de totale overgave
aan voorzichtig tot uitbundig groen